Het sterrendom flikkert niet snel
voor hen die zingen van verdoemenis en hel.
Hun wereldbeeld gedrenkt in het zwartste inkt
de poel van gal, waaruit men drinkt.
Van Orpheus naar Morpheus is een dunne lijn
met altijd weer Thanatos in het refrein.
Declameren van duivel en doem
dromend van eeuwige roes en roem
op het podium van hun innerlijke angst
niet voor de ander, maar voor zichzelf het bangst
Pas wanneer hun zwanenzang is verstomd
is men weer die zuigeling
die hunkerend ter wereld komt.