daar sta je dan met de vorst
aan je hand het slot
het bevroren slot
dat je denkt terug voor de slotenspray want
je gaat – dat staat vast
fietsen om de kolder in je kop te knechten
door de muur van kou
dat je denkt waarom
ook niet – ik sta er nu toch
je zinkt in je zadel en klikt
je schoenen vast – klaar
voor het ritueel van pedalenslagen en
pekelhuid van elke porie die opent
zonder pijn geen glorie
dat je denkt verdorie, waar
blijft die koffie
koffie tegen de kou
de arabica door je ad’ren

de kadans doet je denken – je kop verre van leeg –
daar zit je met ijzel aan je been
parels op je rug, reigers
rillen in de berm
dat je denkt wat een helden in de tour
geen loflied voor hen
die vielen in de helletocht
van wielen
geklater van kettingen en zwaar verzet
dat je denkt : daar is de Brienenoord
ik hoop dat ik ‘t red