geen valscherm, circusnet of overheidscampagne
behoed me tegen het vallen voor een vrouw
harten breken open als vrije uitloopeieren
op een zondagochtend, klaar
voor het gerecht dat meestal tussen dons wordt opgediend
nog voor het is afgekoeld komt het postcoïtaal dessert
een kille heer met een bijl

In de hoek zit een gier
hij doet zich tegoed aan de resten van mijn naïviteit

Ik sta weer op en keer weer om
met een harnas dat nooit meer buigt, een ridder
een knecht, geknecht
door een gedachte, belofte
maar gieren vallen niet
duiken doelbewust
worden soms van hun aas verdreven
aan jouw staart
de colonne die zich laat bedonderen
voor hun erotische executie

Jaren later peuter je in mijn pantser en ik
dacht dat ik leerde zwemmen in de Styx
ongenaakbaar en gehard
maar heb me nooit zo onthersend gevoeld

Jouw smeekbedes serenades je omarmt mijn genade
maar de weg naar volwassenheid
is met leugens geplaveid