Type your search keyword, and press enter

About the Author

Erwin van Dijke

Immateriële erfenis der dode dichters

de dichter Jan Arends belandde op 21 januari 1974
met een fatale val vanaf 5 hoog op een terras 
met zijn geknakte hoofd
sindsdien is koffie drinken van zijn onschuld beroofd

het hart van Menno Wigman zal nooit meer drummen
zoals hij drumde voor hij dichter werd
die manke metronoom 
klonk nooit zo strak als zijn metrum

lange, zwarte krullen van Jotie ‘t Hooft konden zijn doodsdrift niet verhullen
heeft zich voor eeuwig verdoofd in zijn zwarte kamer sloeg zijn laatste uur
slechts een paar woorden voor zijn meisje, gekalkt op de muur

In Villa Jagtlust werd gejaagd, maar niet geschoten
minnaars op de vlucht voor haar delirium en jeneverzucht
ach, Frederike Harmsen van Beek, uiteengespat leven op plavuizen
vrijwillig verbannen lieten zelfs de flessen haar in de steek

Cornelis Bastiaan Vaandrager in het Rotterdams straatbeeld 
en uitgaansleven een graag geziene gast
het plastic tasje met narcotica onder de snelbinders van zijn bagagedrager
het dichtersleven en de straat waren iets aan de te grote kant – 

Eigenlijk

eigenlijk ben ik de juffrouw onder het bordje ‘Stilte a.u.b.’
eigenlijk ben ik de vergeten paraplu in een treincoupé
eigenlijk sta ik achterstevoren in een kaartcatalogus
eigenlijk zijn mijn zinnen een semantisch ongeluk
eigenlijk ben ik een boek waarvan de rug is stuk gerukt
eigenlijk moeten boeken niet worden uitgeleend
eigenlijk moeten bibliotheken van publiek gespeend
eigenlijk wil ik zelf alles lezen
eigenlijk moet alles op kleur
eigenlijk zijn alle verkochte boeken wezen
eigenlijk moeten alle boekenprogramma’s verbannen
vergeefs en oeverloos gezeur
eigenlijk ben ik een fossiel
in de kasten van Naturalis of Teylers Museum
ergens onderaan waarvoor moet worden geknield
eigenlijk had ik in een antiquariaat
gevonden willen worden door een lief klein meisje
of versjesfanaat
eigenlijk ben ik door elke koop ongeneesbaar aangedaan
eigenlijk ben ik de vergeten bundel
eigenlijk behoor ik niet tot een clubje of stroming
eigenlijk roei ik zonder riemen tegen woordenstromen in
eigenlijk hoor ik naast de kassa, als weggeef exemplaar
eigenlijk moet ik worden verheven in de dichterlijke adelstand 

eindelijk vind ik rust als ik in de ramsj ben aanbeland

Lockdown

kranen kreunen niet meer
stilte schuurt langs staal
verstomd lachen
het nieuwe normaal

verweesde toeristen
op Centraal Station
poort van de stad
gesloten bastion

binnen giert een virus
door longen van oud en jong
verplettert vreugde
dat eens in Rotterdam weerklonk

Het landje

een kano kantelt in de achterplas
het landje lacht 
over het water

gesnater
van gans en zwaan kaatst
langs sloep en zwemmer

zon zinkt in kringloos H2O
hier heeft de mens gezwommen 
gewonnen

uit grond verrezen urbanisatie
bedacht irrigatie en kanalisatie

het lome liefhebben
onder Rotterdams rook
ben je thuis en uit en ook…

een kano kantelt in de achterplas –

Portret van Pokémon

We staarden schermpje
in verlaten parken
straten en pleinen
in metro’s en treinen
en zelfs in ons heilig bed
zochten we pokémons
tijdens beloftevolle zomeravonden
in de duinen waar ene Pikachu
zich leek schuil te houden
toen de wereld nog niet
met fakenews aan elkaar hing
en boven verre velden de MH-17
werd neergehaald
zonnebloemen werden verduisterd.
Duizend tranen dwarrelden neer
behalve uit Moskou
waar een buk-raket de doorgang
naar de Zwarte Zee heeft gered
terwijl we keken naar de kont van Kim
en de familie Kardashian met hun lijven
vol letters maar niet kunnen schrijven
Mediterraans machismo kronkelde
als een zwarte slang
door Europa en siste
naar de rest van de wereld
hoe Berlusconi Italië gijzelde
en vanaf zijn eiland
bunga bunga feestjes
organiseerde
waarbij Angela Merkel
niet welkom was
en zijn boeventronie
het blauwdruk voor
Oosteuropese populisten
waar onder het mom van bestrijding
van terroristen de rechtstaat
wordt vermoord en het cachot vol zit
met journalisten en op het strand van Bodrum
het jongetje Aylan Kurdi werd aangespoeld:
was dit de migrantenstroom
waar Wilders ons voor gewaarschuwd had?
Op 11 maart 2011 vond er in Fukushima
een zeebeving plaats
met een daaropvolgende kernramp
waarop Japan patent lijkt te hebben
nog voor het einde van dat jaar
bleek Zwitserland helemaal niet zo neutraal
want vanuit Genève
vond de grootste wetenschappelijke
zelfbevlekking plaats waar men
na een miljardenoperatie sinds 1954
eindelijk een ‘deeltje’ had gevonden.
Door deze eigengeilerij
kon er geen zwemvest
voor migranten vanaf
voor onze verdronken vriend.
Het was de tijd van de millenniumwende
en we voor vallende vliegtuigen
waren bevreesd
wat ruim een jaar later
ook gebeurde toen Ali Baba
en zijn twaalf kapers
hun Boeings parkeerden
in de tweelingtorens en we
als het aan Bush Jr. had gelegen
de nieuwe eeuw nog sneller
dan de vorige
met een oorlog waren begonnen
Ene Maxima liet een traan
naast haar de ijscoman
met speldjes op zijn borst
en de trekzak op het podium
die zijn melancholieke melodieën
over het gepeupel uitstortte
en de witte diva met het zwarte hart
de kredietcrisis deed vergeten
met haar hartenkreten
over rehab en heroïne.
Levende en dode dichters
konden niet verhullen
dat zij haar hedonisme aanbad
en haar vriendje Blake haar snel vergat.
De Billie Holiday van onze tijd
alle prijzen en lofuitingen ten spijt
Stond je huis ‘onder water
dan was dat een zorg voor later
ging je zaak failliet of over de kop
voor miljoenen een financiële strop
werden zzp’er of hingen zichzelf op
Gelukkig was daar Adré Kuipers
die niet één maar twee maal
vanuit de ruimte ons fotootjes stuurde
van onze aardkloot van het ISS
met 8 kilometer per seconde en hij zag
lichtpuntjes van onze blauwe bal
de lichtvervuiling, het verbaast u niks,
is in Los Angeles, New York, Hong Kong,
Tokio, Parijs, Londen het grootst,
samen met het Westland.
Nederland spreekt internationaal
een woordje mee
wat niet gezegd kon worden
van het Nederlands elftal
dat voor het eerst in 20 jaar
werd uitgeschakeld in 2002
– en ik ben niet eens een voetbalfan –
het penaltysyndroom had zich van de spelers
én de trainer meester gemaakt
Genoeg over voetbal
want inmiddels worden we
door elektronica omgeven
en gaan we papier- en boekloos
door het leven
vervangen door een nul en een één
en staren we schermpje
in verlaten parken,
straten en pleinen,
metro’s en treinen
en zelfs in ons heilig bed
zoeken we Pokémons
tijdens beloftevolle zomeravonden
in de duinen
waar ene Pikachu
zich lijkt schuil te houden.

Noord – Zuid

je kwam uit het land van zand over zee
en stenen. De muezzin murmelde nog
vanuit zijn minaret

je tajine gevuld met de resten van kindertijd
bracht je naar het Noorden waar woorden
zwaarder dan zwaarden wegen

daalde af naar vierenhalve meter onder NAP
bundels uit de Oriënt onder je arm geklemd
stapelde school na school

nu – vele jaren later –
bouw je bruggen
en adem je water

Lullig gedicht

o lul
o paal
o schwanz
o piemel
o penis
o hans
o frikandel
o eikel
o raket
o trekdrop
o zuurstok
o kroket
o sigaar
o pijp
o sigaret
o kwast
o handlanger
o staaf
o pederast
o slaaf
o hij die weet
o spuitgast
o geest
o speer
o lans
o feest
o boor
o kaars
o spietser
van kut of aars
o paddestoel
o pooier
o verdriet
o vreemdganger
o torpedo
o dynamiet
o sadist
o monster
o parasiet
o spons
o spuit
o zwelling
o slang
o soa
o kwelling
o verkrachter van vrouw of kind
o dictator van seksueel bewind
o dildo
o vibrator
o vulkaan
o plant
o bezem
o banaan
o slappe schaamte
o ijzeren trots
o populier
o eik
o rots
o knuppel
o keizer
o zweep
o koning
o gesel
o reep
o slurf
o swaffel
o pik
o snikkel
o sukkel
o ik

Luister ‘Lullig gedicht

House for sale

onrustige dozen gevuld
met een besmet verleden
staren naar het straatbeeld

afgesloten gas, water, elektriciteit
post geruimd
haar laatste vesting leeg en vol tegelijk

ze moest er vandaan
nog ziet ze haar zoon
achter zijn slaapkamerraam

Uientaart

wanneer de machinist zijn misthoorn over het perron laat schallen
knik ik naar conducteurs en struin langs straten
vol scholierengebral

vrijdag geurt naar mist en merlot
die ademt op de tafel

uientranen eieren melk verloren
vormen een verbond met de ringen

de blikken burcht bekleed met het deeg
het glazige goedje verovert de binnenplaats

het zal de avond niet halen

I.M. Alex Da Silva

je kwam over het water
het schuldige water
dat je vaderen heeft gedragen

dat sterke lichaam
met een geest ouder dan Afrika
dat eens jouw lach heeft gedragen

de zilveren dansers
van hun ketenen bevrijd
die door het gestileerde staal worden gedragen

Kaapverdianen, kunstenaars,
vrienden, Rotterdammers kortom
je werd door hen op handen gedragen

maar de dood heeft jou voortijdig
tot zijn slaaf gemaakt
en dat is voor ons nauwelijks te verdragen

Jazz lacht, jazz huilt

het was stil op de ‘s-Gravendijkwal maar
binnen Dizzy werd er getoeterd, gepingeld
gedrumd en gedeclameerd
waarbij Renato non-stop reciteerde
staccato, uit de bundel ‘Jazz’
Jules keek van boven en zag dat het goed was
de avond was verre van glad
geheel in zijn geest
werd er geïmproviseerd
terwijl een delegatie van de Poetsclub
hun odes afvuurde
er was wein, weib und gesang
en echo’s van een bluesy Toots door Dizzy denderde
en dronken dichters en dames droomden
van hun finest hour
op het podium was het oorlog
een bloederige battle of the saxes
onder bezielende leiding van Auke de Vries op drums
terzijde gestaan door een hard-bop quintet
‘waar je niet bij bent gebeurt niet’ zei Jules reeds
liters gin droop langs kinnen
het publiek bij vlagen buiten zinnen
Deelder’s heengaan werd gevierd zoals hij had geleefd
georganiseerde chaos, soms villein en recht door zee
het gemengde huwelijk van poëzie en jazz
kan nog jaren mee

Luisteren? Dat kan via ‘Jazz lacht jazz huilt’

Noodzakelijk kwaad


Jullie noemen mij een noodzakelijk kwaad
maar eisen wel politionele patrouille
én verlichting, voor ‘s-avonds laat.
Vuilnisbakken moeten geleegd,
straten geplaveid, pleinen geveegd.
Ben geen boze boeman, op geld belust,
beheer ook uw centen, dus slaapt u maar gerust.
Ben niet ouderwets, heb zelfs een eigen portaal:
aangiften, toeslagen of klacht: allemaal digitaal.
Elk land krijgt het stelsel dat ze verdiend,
de fiscus is niet de vijand, maar uw vriend.

De stoet

thanatostoeristen ellebogen zich naar jouw baar
strijdend om een plaats in de hiërarchie van het leed
een laatste blik, men streelt je haar

kon ik me maar vleien naast jou
in je zijden sarcofaag
je gestaakte hart omarmen, verwarmen

vlak voordat je het vuur in glijdt
denk ik aan je laatste woorden:
‘het is goed als je je aan de uitvaartconsulente vergrijpt’

Bekijk of beluister De Stoet (met dank aan StarTV Rotterdam)

Rotterdam IV

wolken worden wakker gekust
door megalomane mooimakerij
kranen zijn nooit uitgerust
voordat de leegte is verdwenen
nostalgia en nuchterheid lopen
gearmd door de straten wijken
niet uiteen

café’s en kantoren verbonden
haat ist verschwunden
geheeld de wonden
rumoer stijgt op van terras
of kubuswoning
de Binnenrotte één boulevard

drijvende paleizen braken toeristen uit die
zich vergapen aan das Wirtschaftswunder
aan de Maas

Bekijk of beluister ‘In the air tonight’ (met dank aan StarTV Rotterdam)

foto: Engelien de Ruijter (2020)

Poëzie is…

Poëzie is beng!
een trap in je kruis
Poëzie is punk
Poëzie is puur
Poëzie is in your face
Poëzie is geen farce
Poëzie is eruptie
Poëzie is vulkaan
Poëzie is lava
Poëzie is niet pluis
Poëzie is pret
Poëzie is bedrog
Poëzie is geketend
Poëzie is goor
Poëzie is woord
Poëzie is tralies
Poëzie wordt vermoord
Poëzie is booming
Poëzie is hot
Poëzie is armoe
Poëzie is poen
Poëzie is pennen
Poëzie is doen
Poëzie is kunst
Poëzie is kitsch
Poëzie is goud
Poëzie is niet goed
Poëzie is niet fout
Poëzie is pis
Poëzie is kots
Poëzie is oorlog
Poëzie is peace
Poëzie is een meisje
met haar dagboek op schoot
Poëzie liegt
Poëzie legt bloot
Poëzie is een kindje
Poëzie wordt nooit groot
Poëzie is de zwerver
Poëzie is een paria
Poëzie is geploeter
Poëzie is van de straat
Poëzie is de achterpagina
van de weekendkrant
Poëzie is de kattenbak 
van literair Nederland
Poëzie is geluk
Poëzie is verdriet
Poëzie is gelul
Poëzie is weet ik veel
Poëzie geeft geen fuck
Poëzie is ruk
Poëzie is lichaam
Poëzie is geest
Poëzie is de vraag
die er altijd is geweest
Poëzie is de openbaring
van de leugen
Poëzie is waarheid op papier
Poëzie is persoonlijk
Poëzie doet pijn
Poëzie is gekte
Poëzie is gewoon
Poëzie is de letter
dichter’s natte droom –

Luister of bekijk Poëzie is…(Poetsclub 6-01-2020, met dank aan StarTV)

Felis silvestrus catus

Heb Vanitas in mijn vaandel staan en mijn skelet
telt 244 beenderen – veertig meer dan homo sapiens
ben in alle opzichten superieur – hoe ‘eet’ een hond zijn maal?

ik veins een vermoeden van verleiding
mijn arrogante bevalligheid ontdooit
menig emotioneel bevroren binnenzee

Alexandra Radius kreeg les van mij,
Hollands meest feline ballerina,
zij beheerst de pied à la main en de arabesque penchée

mijn staart is erect en wuft
wuif ik naar de mens vanuit mijn kattenkeizerrijk
waar ik paar uit puur plezier

men noemt mij verveeld en soms villein
ben zuinig met mijn tranen, huil nooit als een hond
de muis waarmee ik speel een vergeefs trofee.

de muze van schrijvers en dichters
snuffel door hun oeuvre
in de letteren sla ik mijn nagels uit –

Sam en Toos (foto auteur)

Ad fundum

geen valscherm, circusnet of overheidscampagne
behoed me tegen het vallen voor een vrouw
harten breken open als vrije uitloopeieren
op een zondagochtend, klaar
voor het gerecht dat meestal tussen dons wordt opgediend
nog voor het is afgekoeld komt het postcoïtaal dessert
een kille heer met een bijl

In de hoek zit een gier
hij doet zich tegoed aan de resten van mijn naïviteit

Ik sta weer op en keer weer om
met een harnas dat nooit meer buigt, een ridder
een knecht, geknecht
door een gedachte, belofte
maar gieren vallen niet
duiken doelbewust
worden soms van hun aas verdreven
aan jouw staart
de colonne die zich laat bedonderen
voor hun erotische executie

Jaren later peuter je in mijn pantser en ik
dacht dat ik leerde zwemmen in de Styx
ongenaakbaar en gehard
maar heb me nooit zo onthersend gevoeld

Jouw smeekbedes serenades je omarmt mijn genade
maar de weg naar volwassenheid
is met leugens geplaveid

Fles is mij

door het groene raam staart de rode duivel mij aan
hikslikkend slokdarmwarmend vuurvocht
jij rode gloed, stuk alcoholisch addergebroed
met kunstzinnig etiket laat je je
makkelijk ontkurken met je schroefdop als een verslaafde prostituee
want hoer, nee, dat is voor die lui in de supermarkt en flessenmaffia die
zich laten pakken: twee voor de prijs van één

ik mest de flessen uit slurp het droesem uit de ziel
de fles is een boze schoonmoeder met een wurgend verlangen
alle flessen flirten verleiden met hun geilgroene flessenhals

sulfietsmakend elixer breinmetselend beest van gamay
pinot noir merlot cabernet shiraz spätburgunder barbera en sangiovese
jullie bloed van Jupiter sijpelt door adr’n

je roep klinkt door je ranken maar je smeekbede wordt niet langer gehoord
mijn halfzachte katerkop en lusteloze lever geven
na decennia het drinken op
accijnzen, BTW, gezondheidscampagnes; mijn lethargisch leven moet gestopt

ik zal je krijgen karakterloze drankenkoning – ik stuur mijn lyrische sirenes
en sleep je door de kolken van jouw dichtersdelirium, velen gingen je voor
je bent niet beter dan de rest
gooi me niet aan de kant; ben jouw vreselijke fokkingfles

inmiddels ben ik verscheurd en verteerd
in gepast dronkenschap verlies ik mij
keer op keer –

ik herinner me

ik herinner me de gaten in mijn kop
mijn dierbare hersenhiaten
liefdeloze lacunes, verre broeders

ik herinner me de camping in Frankrijk
die nergens lag
het ontwaken op het strand in
Frans niemandsland de golven
die me ontwaakte en het zand dat
straalde op mijn huid

ik herinner me mijn verloren broertje waarop
ik passen zou
het lange smalle strand als labyrint
mijn ouders lachend op hun kleed
zelfs de zon kende geen medelijden
en de boterham met zand

ik herinner me de zwijgzame zerken
met de stigmata van de geschiedenis
oneervol beklad met de vloek van de eeuw

ik herinner me de onbevangenheid van de jeugd
als jagers van een nieuwe tijd de spijt
onvervulde wensen
van kansen die vervliegen
als belletjes in champagneglas

ik herinner me de bij elkaar gespaarde grand cru
van een timmermansloon tijdens de Kerst
De Chateau Citran als bedorven druivensap en schoenzool van leer
ik was twaalf

ik herinner me de zwarte damschijven in een hoofd van een neerlandica
winternachten geleden kwam ik haar tegen

ik herinner me mijn oma, zwemmend
in Keulens water
en ontelbare glaasjes boerenjongens
ik was tien
mijn opa, sigaar in de mond
met een minnares om de hoek
spelletjes canasta spelend om stuivers
de Amsterdamse humor op het bord gegooid

ik herinner me onbegrepen signalen van
langsgegleden liefdes in binnen- en buitenland
de zaadloze nacht naast een vriendin van een vriendin
haar hardnekkig libido bonkte op de deur

ik herinner me het grauwe gras dat
eens danste onder onze voeten
het staarde me aan als een dolende ondode

ik herinner me de whisky’s die we dronken (hoe is het mogelijk?)
het vuur dat ons schroeide en het zilt dat we slikten
Broeder Balvenie legde het af tegen taaie Talisker
die zich pas gewonnen gaf na menig glas

ik herinner me het meisje met
verhalen op haar arm
haar woordloze zuchten vult gedachten
in nullen en enen
vinden hun digitale weg en komen in hoofden
van velen terecht
paralelle werkelijkheid

ik herinner me de lege jeneverflessen
onder de bijzitstoel van de 2CV
de weg van occultisme naar evangelie ligt bezaaid met promillages –

De fiets – anders niets

daar sta je dan met de vorst
aan je hand het slot
het bevroren slot
dat je denkt terug voor de slotenspray want
je gaat – dat staat vast
fietsen om de kolder in je kop te knechten
door de muur van kou
dat je denkt waarom
ook niet – ik sta er nu toch
je zinkt in je zadel en klikt
je schoenen vast – klaar
voor het ritueel van pedalenslagen en
pekelhuid van elke porie die opent
zonder pijn geen glorie
dat je denkt verdorie, waar
blijft die koffie
koffie tegen de kou
de arabica door je ad’ren

de kadans doet je denken – je kop verre van leeg –
daar zit je met ijzel aan je been
parels op je rug, reigers
rillen in de berm
dat je denkt wat een helden in de tour
geen loflied voor hen
die vielen in de helletocht
van wielen
geklater van kettingen en zwaar verzet
dat je denkt : daar is de Brienenoord
ik hoop dat ik ‘t red

Je kunt (voor Gerrit K.)

je kunt je kraaienpoten laten vliegen
je ongeboren kind in slaap laten wiegen

je kunt je boodschappen laten bezorgen nog voor het licht
je kind laten studeren opdat het geen dichter wordt

je kunt je dochter bezwang’ren, haar met gordels kuisen
je kinds kind’ren begraven onder wolvengehuil

je kunt de schilder de plek wijzen waar zijn werk niet hangt
niet het doek maar de muur beklad met mes of mensenhand

je kunt nog een berg bouwen voor een olifant
een monument voor een slopend tijdsgewricht –

Memento mori: een donker sprookje

nooit       nooit meer
nooit meer je lichaam
je lichaam     nooit meer
je haar     je lach
je lach in het liefdeslaken
nooit meer je haar in het laken, je lach
haar, huid, je bochten      in het laken

je lach in het laken    het zwarte laken
het zwarte lachen van mijn hart
mijn zwart hart    dat jou omarmt

vergeet niet dat we gelachen hebben    in het laken
het zwarte laken
vrijen, lachen tot ochtendbraken
we hingen in nachten

mijn hulpeloze hanenhand
in jouw ravenhaar
hanenhaar ravenhand
in nuchtere nachten

nuchtere nacht
hangt als een mantel om je schouder
rond je zilveren borst    je zuiver zilveren borst
met mijn hanenhand om je zilveren borst
je zilveren zwarte lach

voor jou verzette ik de stad
schopte naar de zee
hing de hanennacht om mijn handen die
weer doodden

nooit meer
je ravenlach

Afschot

Diana en Sint Hubertus blikken vanuit hun koude kooi naar benee
naar grauw grasland met grazers
van edelherten en een ree.
‘Een fit hert doodschieten valt niet mee’
verzuchten de jagers en laten een traantje of twee.

De  mens handelt weer eens als een god,
beschikt met een schot over menig dierenlot.

De Poetsclub

mijn glas is leeg
de vloer vol met
praatzieke poëten
op de eerste woensdag van de maand
luistert men, zittend of staand
naar Rotterdamse rijmsels
hier deelt men zijn visie
over mens en maatschappij
of doet verslag van een recente vrijpartij
heb je al een bundel of ben je debutant:
de Poetsclub kent rang noch stand
er zijn geen drempels of criteria,
muren vol parafernalia
luisteren al decennia –
ademen nostalgia.

Wraak des vlezes: een modern sprookje

Basaltblauwe luchten boven uitgebrande megastal
doen de boer niet minder van zijn beesten houden.
Hij werd groot met elke dag een stuk status op zijn bord
kuste zijn koeien met zijn tanden.

Ook vrouw en kroost waren koning carnivoren
dioxinemoe en voor ammoniak bevroren.
De boer ging boekloos door het leven
kinderen leden aan afasie
onder hun voeten smeulde
rurale revolutie.

Tot op een dag de boer het dodenerf overstak
en de stilte uit de stal hem verdoofde.
De geit versperde zijn weg
katten besprongen zijn nek,
duwden hem richting koeiendrek, het hek
viel dicht, zijn gezicht
verkrampt, verminkt
door het vee vertrapt
en later in ‘t abattoir vermalen.

Bedenk dus goed bij de slager
naar het vragen
van half om half gehakt
dat zowel koe als boer is omgebracht

Viva de fiscus

Of het nu gaat om een toeslag of taxatie,
de ganse natie heeft een eindeloze fiscale fascinatie
en eeuwenlang is elke generatie
de dupe van een aanslag en ligt de fiscus uit de gratie.

Soms is een vinkje vergeten of een hele spatie
in een computer of een systeemapplicatie.
De dienst is een complexe organisatie,
schuldig aan menige wanprestatie,
middelpunt van een niet altijd keurige conversatie.

Het volk roept op tot bevel voor liquidatie,
biedt geen grondslag voor een breedgedragen democratie.
Decennialange degradatie biedt echter hoop voor een nieuwe reorganisatie

Het is daarom tijd voor transformatie,
weg met die negatieve spiraal, deflatie en comma-copulatie.
Een nieuw mandaat namens de regeringsdelegatie
en de gehele vaderlandse beroepspopulatie!

Braaf

Mijn gekreukelde curve ontwaakt
haar blik richt zich op mijn lid
weerloos en naakt
striemen van de afgelopen nacht
doen een spel vermoeden van repressie en macht.
wie was er meester, wie de slaaf?
fifty shades of grey, l’historie d’O
zelfs De Sade te braaf
een schaduw van een schaduw
was ik
een hond
een wond
dieper dan eeuwen
nederig en laag
lik ik de grond.

Voor E.

Cypriotische koningen verloren hun godin.
Van Tel-Aviv tot Sevilla zocht ik haar
de markten van Marseille,
op de stranden van Marbella,
noch in een Zuid-Marokkaanse souk…
Ze wachtte in ‘t zand van Rotterdam aan Zee:
‘De Hoek’.

 

Moord en woord

De dichter denkt
Dreigt met woorden
Is hij in staat reputaties om te brengen, te vermoorden?
Brengt hij reuring in een ziel, in een leven?
Wij, we weten het niet,
kunnen ons  niet in zijn geest begeven.
Twijfel die hij in onze harten stiet,
voelt hij zich boven ons verheven?
Toch zijn er, die buiten ons aller zicht,
de eenzamen der aarde begeleiden,
de laatste eer bewijzen, met hun gedicht.

Workshop

‘Je moet eerst aarden’, zei ze,
‘maak contact met de grond’,
ik zocht naar woorden,
keek wat in ‘t rond.
Zag mijn disgenoten,
pupillen vol poëzie,
glimlach om de mond.
Zenuwen verlieten mij terstond.

Voor Maaike Siegerist

Majeure en mineure melodieën meanderen
als parende palingen.
Terwijl de salon zich laaft aan water en wijn
zingt sirene Siegerist haar ravisant refrein.
Verwacht geen vuige vocalen
van deze voormalige metal-dame.
Jonni Slater jazzt,
toucheert wat toetsen
en alles komt samen.

(geschreven tijdens een optreden van haar in Salon Zonneveld in Rotterdam, 20 april 2017).